Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur
Ontwerpnotulen van 28 juli 2021
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de notulen, zoals voorgelegd door de algemeen directeur, goed te keuren.
Artikel 1 : De notulen van 28 juli 2021 worden goedgekeurd.
Artikel 2 : Deze notulen worden elektronisch ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden.
Artikel 3 : Deze beslissing zal voor passend gevolg overgemaakt worden aan de dienst secretariaat.
Artikel 32 decreet lokaal bestuur
Zittingsverslag van 28 juli 2021
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het zittingsverslag, zoals voorgelegd door de algemeen directeur.
Artikel 1 : De gemeenteraad neemt kennis van het zittingsverslag van 28 juli 2021.
Artikel 2 : Deze beslissing zal voor passend gevolg overgemaakt worden aan de dienst secretariaat.
artikel 40 en 41 decreet lokaal bestuur
Besluit van de gemeenteraad van 23 juni 2021 houdende de delegatie toekenning subsidies niet opgenomen in een reglement en niet nominatief vastgesteld door de gemeenteraad
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een bedrag van 5.000 euro te schenken aan het Rode Kruis-Halle met het oog op de aankoop van kleine en middelgrote huishoudtoestellen voor de slachtoffers van de overstromingen in de regio Pepinster-Trooz.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt de toekenning goed van een schenking 5.000 euro aan het Rode Kruis-Halle met het oog op de aankoop van kleine en middelgrote huishoudtoestellen voor de slachtoffers van de overstromingen in de regio Pepinster-Trooz.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt conform art 285 ev decreet lokaal bestuur.
Artikel 40 van het decreet lokaal bestuur
BVR van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het nieuwe addendum goed te keuren voor de periode 1 september 2021 tot 15 oktober 2021.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het addendum goed, volgens onderstaande tekst:
Addendum bij de samenwerkingsovereenkomst in het kader van het besluit Vlaamse Regering 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19- pandemie te versterken en het geconsolideerde besluit van de Vlaamse regering van 23 april 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing en het contactonderzoek ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken tot verderzetting van de engagementen in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19 pandemie te versterken.
– optie 1 - dd.
Ondergetekenden:
ingeschreven in het KBO met ondernemingsnummer 0316.380.84 waarvan de administratieve zetel zich bevindt te Koning Albert II laan 35 / 33, 1030 Schaarbeek
hierna: “AZG”;
en
ingeschreven in het KBO met nummer 0207.53.676 waarvan de administratieve zetel zich bevindt te Centrum 17, 1540 Herne.
Hebben op 19/01/2021 een samenwerkingsovereenkomst gesloten. In het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken (hierna: besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2021) of het besluit van de Vlaamse regering van 23 april 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing en het contactonderzoek ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken tot verderzetting van de engagementen (hierna: besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2021). – optie 1 .
Hebben op 28/04/2021 een addendum bij de samenwerkingsovereenkomst in het kader van het besluit Vlaamse Regering 13 november 2020 en/of het geconsolideerde besluit van de Vlaamse regering van 23 april 2021 tot verderzetting van de engagementen gesloten.
De samenwerkingsovereenkomst is op 1 november 2020 ingegaan en eindigt op 31 augustus 2021.
In aanvulling op en zo nodig in afwijking van deze overeenkomst zijn partijen het volgende overeengekomen:
Bij besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 werden:
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 voorzag deze subsidiëring voor de beperkte periode van november 2020 tot en met maart 2021.
Deze subsidiering werd vervolgens verlengd door:
Voormelde besluiten hebben een initiële looptijd van 1 november 2020 tot en met 31 augustus voor zowel optie 1 als optie 2.
Bij besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 werd het financieringsmodel nogmaals met 1,5 maand verlengd tot en met 15 oktober 2021 voor wat optie 1 (inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching) betreft.
2. Partijen zijn een verlenging van de samenwerkingsovereenkomst tot en met 15 oktober 2021 (uiterlijk 15 oktober 2021) overeenkomstig artikel 9, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021 tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de bronopsporing ter bestrijding van de COVID -19 te versterken overeengekomen, onder gelijke voorwaarden en bepalingen als opgenomen in de op 19/01/2021 ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
LOKAAL BESTUUR verwerkt de persoonsgegevens conform de instructies van AZG.
Opgesteld op x in zoveel exemplaren als er partijen zijn.
Namens het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid Namens de gemeente
Dirk Dewolf Kris Poelaert Ann Naert
Administrateur-Generaal Burgemeester Algemeen directeur
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 van het decreet lokaal bestuur.
Art 40 decreet lokaal bestuur
Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009
Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen
Planologische toets
Het goed is gelegen binnen de grenzen van een goedgekeurd BPA Kauter (23/03/1994).
Het goed is niet gelegen binnen de grenzen van een verkaveling.
Beschrijving van de plaats
Door de reeds bestaande bebouwing en de reeds aanwezige infrastructuur is de ordening van het gebied gekend. De bouwplaats is gelegen in een gebied dat bestaat uit ééngezinswoningen. Het betrokken goed is bouwland en in gebruik als akker. Het betrokken goed is bezwaard met voetweg 110.
Openbaar onderzoek
Er werd een openbaar onderzoek gehouden van 27 juni 2021 tot 26 juli 2021. Er werd één bezwaar ingediend.
Gemeentewegen
Het artikel 31 van het decreet omgevingsvergunning voorziet dat als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, de gemeenteraad hierover moet beslissen. De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
Uitgeruste weg
De bouwplaats is gelegen langsheen de Stationsstraat, een voldoende uitgeruste weg. Het goed is bezwaard met voetweg 110 met een wettelijke breedte van 1,6 m.
Rooilijn en reservatiestrook
Advies dienst omgeving
Gelet op de toekomstige configuratie van het lot binnen de verkaveling, gelet op de voorziene inplanting van de woning en gelet op het feit dat voetweg nr.76 verder op de Stationsstraat aantakt is het verantwoord om de voetweg nr.110 tussen de Stationsstraat en de splitsing met voetweg nr.76 af te schaffen zoals voorgesteld op het rooilijnplan in bijlage.
Artikel 1: De gemeenteraad beslist de voetweg nr 110 zoals aangeduid op bijgevoegd rooilijnplan niet af te schaffen omdat de afschaffing de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van gemeentewegen niet vrijwaart, noch verbetert en ingaat tegen de behoeften aan zachte mobiliteit (artikel 3 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen). De afschaffing van de voetweg nr 110 staat ook niet ten dienste van het algemeen belang (4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen).
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig art 285 ev decreet lokaal bestuur.
Artikel 40§1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
Artikel 304 decreet lokaal bestuur
Artikel 32, 277 en 278 decreet lokaal bestuur
Conform de bepalingen van het huishoudelijk reglement dient de gemeenteraad binnen drie maanden na de indiening van het verzoekschrift, een gemotiveerd antwoord aan de verzoeker of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, aan de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift te bezorgen.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het ontwerp van antwoord goed te keuren.
Artikel 1: De gemeenteraad keurt het antwoord op de vragen van vzw Klap goed volgens de hierna vermelde tekst :
N.a.v. uw verzoekschrift van 8 juni 2021 met als titel bespreking bezwaarschrift vzw KLAP! bezorgen wij u hierbij het antwoord van de gemeenteraad dat na bespreking in vergadering van 25 augustus 2021 eenparig vanop afstand werd goedgekeurd.
U vraagt om de landschapsstudie te verwerpen op basis van de volgende argumenten; de antwoorden formuleren we mede op basis van informatie van de uitvoerders van ‘Opgewekt Pajottenland’.
A) Antwoorden op punctuele opmerkingen
Antwoord
Het projectteam Opgewekt Pajottenland volgt het negatief advies van het college van burgemeester en schepenen in Herne. De ingediende vergunningsaanvragen passen immers niet in de methodologie die gehanteerd wordt in het kader van de Landschapsstudie.
Over de windkansgebieden (Landschapsstudie vs. Landschapsvisie 2040)
Wanneer er geen gemeenschappelijke visie wordt uitgewerkt, geldt immers de Vlaamse regelgeving.
Deze regelgeving is opgebouwd uit restricties en minimumafstanden ten opzichte van natuur en beschermde landschappen, woningen en infrastructuur, en stelt ruimtelijke bundeling en energetische optimalisatie als uitgangsprincipes. De inplanting van een windturbineproject zal slechts positief worden geadviseerd indien kan worden aangetoond dat de te verwachte hinder (gebruikelijk: slagschaduw, geluid, veiligheid) kan worden beperkt tot een, in alle redelijkheid, aanvaardbaar niveau.
Zie https://omgeving.vlaanderen.be/randvoorwaarden-windturbines
Vertrekkende vanuit de analyse van het energiesysteem, het landschap en het draagvlak eindigt het team van de landschapsstudie met dezelfde restricties en uitgangsprincipes als Vlaanderen voor de selectie van windkansgebieden.
Anders dan te vertrekken vanuit de gegeven restricties die aangeven waar er geen windturbines geplaatst mogen worden - een negatieve connotatie - vertrekt de landschapsvisie vanuit de zoektocht naar plekken waar windturbines een meerwaarde voor het landschap en de omgeving kunnen bieden. In vergelijking met de Vlaamse regelgeving maken we dus een omgekeerde beweging die vertrekt vanuit ‘ruimtelijke aanleidingen’ voor het plaatsen van windturbines. We zoeken naar positieve verbanden en gevoelens in het landschap, waarmee we de landschappelijke kwaliteit van het Pajottenland kunnen versterken. De geselecteerde windkansgebieden liggen in lijn met de Vlaamse regelgeving.
De Landschapsstudie schoof acht windkansgebieden op maat van het Pajottenland naar voren. (zie het eindrapport van de Landschapsstudie). Deze windkansgebieden werden samen met de lokale besturen gewikt en gewogen, om na te gaan in welke mate er voor deze zones bij hen draagvlak was. Sommige windkansgebieden zijn volledig behouden, andere ingeperkt en nog andere geschrapt. Het resultaat vind je terug in de Visiekaarten. Nog even benadrukken: er bestaat dus nog geen detailleerde invulling en/of doelstelling in harde cijfers voor de te ontwikkelen windkansgebieden.
Daarnaast willen we ook benadrukken dat er voor de windkansgebieden die uiteindelijk weerhouden zullen worden, nog meer diepgaand onderzoek nodig is naar de concrete invulling van deze gebieden. Dus voorlopig kunnen we nog geen uitspraak doen over de omvang van deze zones en het aantal windturbines er zouden geïnstalleerd kunnen worden. De oefening met betrekking tot de windkansgebieden is tot nu toe op macroniveau en op het niveau van de hele regio uitgevoerd geweest. In een volgende fase (een vervolg voor het huidig strategisch project) zullen we op het niveau van de geselecteerde windkansgebieden gaan kijken op welke manier deze optimaal (vooral vanuit het draagvlakperspectief) ingevuld kunnen worden.
2. Gebruik van energiekanskaarten VITO Deze kaarten worden volgens het bezwaarschrift gebruikt als uitgangspunt voor de landschapsstudie terwijl het niet
duidelijk is over welke kaarten het gaat.
Antwoord:
De Landschapsstudie gebruikt de energiekansenkaart van VITO niet als uitgangspunt voor de studie. Deze studie uit 2015 heeft enkel aangegeven dat er in theorie potentieel is voor wind in het Pajottenland.
3. Gezondheidshinder en Windturbines
Volgens u wordt in één zin de steeds toenemende hoeveelheid aan wetenschappelijke literatuur ontkend terwijl meer en meer studies het schadelijke effect zouden bevestigen.
Antwoord
De studie volgt het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) inzake het standpunt over mogelijke gezondheidseffecten van de bloostelling aan windturbinegeluid.
Bron: https://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0009/383922/noise-guidelines-exec-sum-eng.pdf
We hebben hier ook een aantal FAQ’s op onze website aan gewijd, waaronder:
Heeft het geluid van windturbines negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden?
Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verzamelde einde oktober 2020 de wetenschappelijke literatuur over onder andere het effect van windturbines op de ervaring van hinder, verstoring van de slaap, cardiovasculaire en metabole effecten. Het RIVM keek ook wat er in de wetenschap bekend is over hinder door de visuele aspecten van windturbines en andere niet-akoestische factoren, zoals het lokale besluitvormingsproces. Uit de literatuurstudie - waarin onder andere de richtlijnen van het WHO aan bod komen - blijkt dat hinder optreedt als gevolg van geluid: hoe sterker (in dB decibel) het geluid van windturbines, hoe groter de hinder ervan. Uit de literatuur bleek niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid. Voor andere gezondheidseffecten van het geluid van windturbines, zoals slaapverstoring, slapeloosheid en hart- en vaatziekten, zijn de resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet eenduidig: deze effecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar soms wel met de ervaren hinder. De literatuur liet duidelijk zien dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Door mee te kunnen denken over de plaatsing en de balans tussen kosten en baten, ervaren omwonenden minder hinder. Het is daarom belangrijk dat zorgen serieus worden genomen en mensen worden betrokken bij het proces om windturbines te plaatsen.
4. Windturbines en waardevermindering
In de documenten die in het kader van het project ‘Opgewekt Pajottenland’ werden voorbereid is er niet het minste spoor te merken van de impact van alternatieve energiebronnen op het eigendomsrecht.
Antwoord:
Dit was niet de taak van deze Landschapsstudie.
De oefening met betrekking tot de windkansgebieden is tot nu toe op macroniveau en op het niveau van de hele regio uitgevoerd geweest. In een volgende fase (een vervolg voor het huidig strategisch project) zullen we op het niveau van de geselecteerde windkansgebieden gaan kijken op welke manier deze optimaal (vooral vanuit het draagvlakperspectief) ingevuld kunnen worden.
5. De gemeente Herne neemt, op basis van de windkansenkaarten, een onredelijk aandeel van de windproductie voor zijn rekening.
Antwoord:
Deze conclusie is gewoon fundamenteel verkeerd. De energiesysteemanalyse benoemt enkel het puur theoretisch potentieel aan windenergie (op basis van de energiekansenkaart van VITO).
Het potentieel uit de energiesysteemanalyse wordt hier volledig verward met de doelstelling uit de Landschapsvisie 2040.
Het klopt dat het energieverbruik van Herne slechts 6,31% (of 57 349 MWh in 2040) van de 9 gemeenten die onderzocht werden in het kader van de Landschapsstudie (het hele projectgebied Opgewekt Pajottenland, met uitzondering van Liedekerke). Volgens de Landschapsvisie 2040 zal Herne voornamelijk inzetten op zonne-energie (76%), vervolgens wordt er ook gekeken naar windenergie (14%) en biomassa (10%).
Van de 57 349 MWh die Herne in het jaar 2040 zal verbruiken, zal wellicht slechts 10 % afkomstig zijn van windenergie, wat het equivalent is van één grote windturbine.
In de rest van het Pajottenland hebben we 161 025 MWh aan windenergie nodig om de doelstelling van de Landschapsvisie 2040 te realiseren.
Het aandeel van Herne in het globale aandeel van windenergie voor het Pajottenland zal dus volgens ons voorstel voor de Landschapsvisie 2040 slechts 3 à 6 % bedragen, wat gezien het aandeel van het verbruik van de gemeente Herne binnen de regio zeker geen onredelijk deel is.
In de gemeente Bever, dat inderdaad slechts 1,46% van het totale verbruik voor zijn rekening neemt, wordt er in de Landschapsvisie 2040 geen windenergie voorzien (enkel zonne-energie en biomassa).
We organiseerden een breed draagvlaktraject dat liep van 18 april tot en met eind augustus 2021. De doelstelling van dit draagvlaktraject was om bij de opmaak van de Landschapsvisie 2040, vertrekkende vanuit het eindrapport van de Landschapsstudie, zoveel mogelijk bewoners van het Pajottenland te betrekken. Welke windkansgebieden weerhouden zullen worden zal vastgelegd worden in de finale versie van de Landschapsvisie 2040. De versie in opmaak werd getoond tijdens de Opgewekte Babbel die in de gemeente heeft plaatsgevonden.
B) Antwoord op de vraag waarom Klap vzw niet in de projectgroep kon opgenomen worden
- In de projectgroep zetelen Departement Omgeving en de gemeentebesturen; zij financieren het project. Daarnaast zijn de provincie Vlaams-Brabant, Pajopower en Regionaal Landschap Pajottenland en Zennevallei leden, zij dragen bij aan het project door personeelsinzet. Dit is een gangbare werkwijze bij Strategische Projecten.
- De Projectgroep besliste op 9/1/2019 om Klap vzw niet in de projectgroep op te nemen; maar stelde wel voor samen met Klap vzw (en eventueel andere) een landschapsstuurgroep op te richten voor het vormgeven van participatie rond landschap gerelateerde issues. Op de uitnodiging (4/2/2019) om het daarover te hebben met het projectteam ging KLAP vzw niet in.
- Het traject van Opgewekt Pajottenland kende meerdere momenten/mogelijkheden van intense participatie. Dit waren uitgelezen opportuniteiten om relevante opmerkingen te berde te brengen. Wij hebben er geen weet van dat KLAP vzw deze momenten heeft gebruikt om zijn bekommernissen kenbaar te maken.
C) Een generiek antwoord op de suggestie om de studie negatief te adviseren/niet goed te keuren
Wij wensen nogmaals te herhalen dat we de voorgaande punctuele discussiepunten wensen te overstijgen. Als gemeentebestuur wensen wij de noodzakelijk verantwoordelijkheid aan de dag leggen om ook in onze gemeente (en in de ruimere regio van het Pajottenland) de nodige inspanningen te doen om de opwarming van de Aarde binnen redelijke perken te houden. De waarschuwing, gepubliceerd 28 juli 2021, van meer dan 14.000 wereldwetenschappers voor een klimaatnoodsituatie en het meest recente 6de rapport van het IPCC (het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC), geschreven door 234 wetenschappers), verschenen op 9 augustus 2021, zijn ons niet ontgaan. Wij vinden alvast dat dit onze plicht is ten aanzien van komende generaties, en niet alleen bij ons, maar over de ganse wereld. Daarbij staat het voorzorgbeginsel dus zeer hoog in het vaandel. Al past hier de pijnlijke kanttekening dat de voorbije zomers ons tastbaar duidelijk maakten dat ook de huidige generaties het klimaatgelag betalen met financiële, fysieke en mentale schade, voor sommigen zelfs met hun leven.
De landschapsstudie levert alvast een duidelijk beeld over wat de kwantitatieve uitdagingen en (technische) mogelijkheden zijn als we onze verantwoordelijkheid op een betekenisvolle wijze willen nemen.
In dat perspectief beschouwen wij de studie als een werkdocument, waarvoor in dit stadium van het proces van klimaatactie in de regio Pajottenland, de essentiële vraag niet is om ze al dan niet te ‘verwerpen’.
- Ten eerste heeft de studie niet de ambitie om te zeggen wat de ultieme waarheid en de enige juiste piste is om te volgen. Dat laatste is overigens ook niet mogelijk, noch wenselijk. Er is geen eenduidige, zaligmakende oplossing. De studie biedt echter wél een kader dat we -mits goede wil- kunnen hanteren om concrete stappen te zetten en na te gaan in welke mate we daarmee vooruitgang boeken.
Ten tweede gaat de studie over een bijzonder ruim spectrum van mogelijk te nemen maatregelen: te beginnen bij energiebesparing, en vervolgens de nodige energie op te wekken op basis van een mix van technieken voor hernieuwbare energie. De studie zeer selectief lezen en interpreteren als een windmolen-locatie-werk komt neer op een degradatie ervan.
- Ten derde geeft de studie voldoende bewegingsruimte voor actiedynamiek (individuele gemeenten of samenwerking) om de concrete invulling van energiebesparing en van uitrol van een specifieke hernieuwbare mix uit te voeren op maat van lokaal draagvlak; dit laatste dan wel in een context van een even grote lokale bereidheid om de klimaatproblematiek met concrete initiatieven daadwerkelijk aan te pakken.
In dat laatste - het motiveren van lokale actoren tot acties- zien wij dan ook een essentiële taak. We kunnen niet blijven studeren en discussiëren. De tijd voor doen is aangebroken, om maar niet te zeggen dat we eigenlijk al wat laat zijn. De voorliggende studie kan ons op dat vlak informatie en inspiratie bieden.
En tot slot: als gemeenteraad willen we bij het aangaan van de belangrijke uitdaging die klimaatverandering is, niet vertrekken vanuit negativisme en verwerping. Wél willen we een attitude hanteren van enthousiasme en constructieve dynamiek. Opgewekt!
Het is dan ook met die basisinstelling, met wat nu al op tafel ligt en met bijkomende info uit de ‘Opgewekte babbels’ en de landschapsvisie in opmaak, dat we op de gemeenteraad van september een beslissing willen nemen over hoe we verder willen werken.
Artikel 2: Dit besluit wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van artikel 285 ev decreet lokaal bestuur.
Artikel 40 van het Decreet Lokaal Bestuur
Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997: de artikelen 3, 25°, 6, 14, 14/0, 20, 27 , 27bis, §1, 3° en §4, 37, §2, 12°, 37, §3,17°, 29 , 37bis, 62, §2, 26ter, 47bis, 195;
Het model schoolreglement van de Onderwijsvereniging van de Steden en Gemeenten dient als basis voor het schoolreglement gewoon basisonderwijs;
Artikel 1: Het schoolreglement wordt vastgesteld volgens de tekst hierna vermeld.
Artikel 2: Neemt kennis van de infobrochure in bijlage.
Schoolreglement juni 2021
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 2 Engagementsverklaring
Hoofdstuk 3 Sponsoring
Hoofdstuk 4 Kostenbeheersing
Hoofdstuk 5 Schoolagenda, huiswerk, rapporten en schoolloopbaan
Hoofdstuk 6 Afwezigheden en te laat komen
Hoofdstuk 7 Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting.
Hoofdstuk 8 Extra-murosactiviteiten
Hoofdstuk 9 Leerlingenbegeleiding
Hoofdstuk 10 Getuigschrift basisonderwijs
Hoofdstuk 11 Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs
Hoofdstuk 12 Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad
Hoofdstuk 13 Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming
Hoofdstuk 14 ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school, gebruik van smartphone, eigen tablet/laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale media.
Hoofdstuk 15 Absoluut en permanent algemeen rookverbod
Hoofdstuk 16 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken
Hoofdstuk 17 Schoolverandering
Hoofdstuk 18 Taalscreening – taaltraject - taalbad
Hoofdstuk 19 Toedienen van medicatie
Hoofdstuk 20 Grensoverschrijdend gedrag
Hoofdstuk 21 Slotbepaling
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Het schoolreglement regelt de verhouding tussen leerlingen en hun ouders enerzijds en de school/het schoolbestuur anderzijds.
De ouders ondertekenen het schoolreglement, de infobrochure en het pedagogisch project van de school voor akkoord. Dit is een inschrijvingsvoorwaarde.
Deze documenten worden door de directeur voorafgaand aan elke inschrijving van de leerling schriftelijk of via elektronische drager (schoolwebsite, e-mail, …) aan de ouders ter beschikking gesteld. Bij elke wijziging van het schoolreglement informeert de directeur de ouders schriftelijk of via elektronische drager. De ouders verklaren zich opnieuw schriftelijk akkoord. Indien de ouders zich met de wijziging niet akkoord verklaren, dan wordt aan de inschrijving van het kind een einde gesteld op 31 augustus van het lopende schooljaar.
De school vraagt de ouders of ze ook een papieren versie van het schoolreglement en/of eventuele wijzigingen wensen en stelt deze ter beschikking.
Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.
Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:
Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn. Als een kleuter, op het moment van de inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdagen:
Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar. Als hij nog niet de leeftijd van zeven jaar heeft bereikt of zal bereiken voor 1 januari van het lopende schooljaar, moet hij bovendien aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode ten minste 290 halve dagen daadwerkelijk aanwezig geweest zijn (halve dagen aanwezigheid in de rijdende kleuterschool worden beschouwd als aanwezigheid)
2° een gunstig advies van de klassenraad van de school waar de leerling voorafgaand aan de instap in het gewoon lager onderwijs kleuteronderwijs gevolgd heeft. Dit advies behelst de mate waarin de leerling het Nederlands voldoende beheerst om het gewoon lager onderwijs te kunnen starten.
3° bij ongunstig advies van de klassenraad van de kleuterschool: een toelating door de klassenraad van de school waar de leerling het gewoon lager onderwijs wil volgen. Leerlingen met een ongunstig advies worden enkel toegelaten tot het gewoon lager onderwijs mits deze leerlingen een taaltraject doorlopen.
4° voor leerlingen die geen kleuteronderwijs gevolgd hebben, beslist de klassenraad van de school voor lager onderwijs na een taalscreening of deze leerling al dan niet toelating krijgt tot het reguliere traject, of een taalbad in het gewoon lager onderwijs volgt.
Een jaar vroeger naar het lager onderwijs: (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar)
Er zijn twee mogelijke situaties:
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na het gunstig advies of de gunstige beslissing door de klassenraad, nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
een regulier traject en/ of taalintegratietraject.’.
Na kennisneming van en toelichting bij het advies van het CLB en na toelating door de klassenraad lager onderwijs , nemen de ouders de uiteindelijke beslissing over de vervroegde instap.
Hoofdstuk 2 Engagementsverklaring
Artikel 1
§ 1 Oudercontacten
De school organiseert op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.
De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.
§ 2 Voldoende aanwezigheid
De ouders zorgen ervoor dat hun kind elke schooldag en op tijd naar school komt.
§ 3 Deelnemen aan individuele begeleiding
Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid van de school.
De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.
§ 4 Nederlands is de onderwijstaal van de school
Ouders moedigen hun kind aan om Nederlands te leren.
Ouders ondersteunen de initiatieven en de maatregelen die de school neemt om de eventuele taalachterstand van hun kind weg te werken.
Hoofdstuk 3 Sponsoring
Artikel 2
§ 1
De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van de ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.
§ 2
Om de bijdragen van de ouders voor niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.
§ 3
Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.
§ 4
De school zal in geval van dergelijke ondersteuning enkel vermelden dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.
§ 5
De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:
§ 6
In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.
Hoofdstuk 4 Kostenbeheersing
Artikel 3
§ 1 Kosteloos
Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.
Het schoolbestuur vraagt geen bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.
De school biedt volgende materialen gratis ter beschikking, maar ze blijven eigendom van de school.
| lijst met materialen |
voorbeelden |
| bewegingsmateriaal |
touwen, (klim)toestellen, driewielers,… |
| constructiemateriaal |
karton, hout, hechtingen, gereedschap, katrollen, tandwielen, bouwdozen,… |
| handboeken, schriften, werkboeken en werkblaadjes, fotokopieën, software |
|
| ICT-materiaal |
computers inclusief internet, tv, radio, telefoon,… |
| informatiebronnen |
(verklarend) woordenboek, (kinder)krant, jeugdencyclopedie, documentatiecentrum, cd-rom, dvd, klank- en beeldmateriaal,… |
| kinderliteratuur |
prentenboeken, (voor)leesboeken, kinderromans, poëzie, strips,… |
| knutselmateriaal |
lijm, schaar, grondstoffen, textiel,… |
| leer- en ontwikkelingsmateriaal |
spelmateriaal, lees- en rekenmateriaal, denkspellen, materiaal voor socio- emotionele ontwikkeling,… |
| meetmateriaal |
lat, graadboog, geodriehoek, tekendriehoek, klok (analoog en digitaal), thermometer, weegschaal,… |
| multimediamateriaal |
audiovisuele toestellen, fototoestel, cassetterecorder, dvd-speler,… |
| muziekinstrumenten |
trommels, fluiten,… |
| planningsmateriaal |
schoolagenda, kalender, dagindeling,… |
| schrijfgerief |
potlood, pen,… |
| tekengerief |
stiften, kleurpotloden, verf, penselen,… |
| atlas, globe, kaarten, kompas, passer, tweetalige alfabetische woordenlijst, zakrekenmachine |
|
§ 2 Scherpe maximumfactuur
Het schoolbestuur kan echter een beperkte bijdrage vragen voor kosten die ze maakt om de eindtermen en de ontwikkelingsdoelen te verlevendigen. Dit gebeurt steeds in overleg met de schoolraad. Het gaat o.a. over volgende bijdragen:
§ 3 Minder scherpe maximumfactuur voor meerdaagse extra-murosactiviteiten Voor meerdaagse extra-murosactiviteiten kan enkel in de lagere school een bijdrage gevraagd worden. Dit gebeurt na overleg in de schoolraad.
Deze bijdrage bedraagt maximaal € 450 voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs. Meer informatie over meerdaagse extra-murosactiviteiten vindt u in de infobrochure.
§ 4 Bijdrageregeling
De school biedt volgende diensten en materialen aan tegen betaling:
De ouders kiezen of ze hier gebruik van maken of niet. De school gebruikt deze materialen/diensten niet in haar activiteiten of lessen. Ook deze bijdrage is opgenomen in de infobrochure.
§ 5 Basisuitrusting
De school verwacht dat de kleuters over een boekentas en de lagere schoolkinderen over een boekentas en pennenzak beschikken. Deze basisuitrusting valt ten laste van de ouders.
§ 6 Betalingen
Meer informatie vindt u in de infobrochure.
Ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. De school kan elke ouder afzonderlijk aanspreken voor het geheel van de schoolrekening. De school kan niet verplicht worden rekening te houden met overeenkomsten die ouders getroffen hebben of door de rechtbank werden bepaald over de kosten en de opvoeding van de kinderen. Die regelingen zijn immers niet tegenstelbaar aan derden, zoals de school.
De school hoeft geen gesplitste facturen te maken.
Als ouders het wensen, krijgen ze beiden een identieke schoolrekening. Beide ouders blijven elk het resterende bedrag verschuldigd, tot de rekening betaald is.
Artikel 4 Schooltoeslag
Kinderen vanaf 3 jaar die Nederlandstalig kleuter-, lager of secundair onderwijs volgen in Vlaanderen of Brussel kunnen als extra rekenen op een jaarlijkse schooltoeslag als het inkomen van de ouders (of de ouder en eventuele partner waar het kind is gedomicilieerd na een echtscheiding) voldoet aan de inkomensvoorwaarde.
De schooltoeslag wordt ontvangen van uw uitbetaler van het Groeipakket.
Ouders die met hun kinderen in Vlaanderen wonen, zullen vanaf september 2019 (schooljaar 2019- 2020) hun schooltoeslag niet meer moeten aanvragen. Voor een kind dat al gekend is binnen het Groeipakket wordt het recht op een schooltoeslag automatisch onderzocht en toegekend.
Ouders die met hun kinderen in Brussel, Wallonië, de Duitstalige Gemeenschap of een land van de EU wonen, en waarvan de kinderen naar het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen of Brussel gaan, zullen gecontacteerd worden door Fons, de uitbetaler van de Vlaamse overheid, om hun gegevens op te vragen. Zo'n onderzoek gaat trager dan een aanvraag. U kunt dus ook zelf een aanvraag indienen vanaf 1 augustus voor het betrokken schooljaar bij een uitbetaler naar keuze.
De schooltoeslag wordt één maal per jaar toegekend, aan het begin van het schooljaar (september of oktober).
| Leeftijd |
Bedrag |
| 3 - 5 jaar |
103,70 euro/jaar |
| 6 - 12 jaar |
Gemiddeld 184 euro/jaar |
Meer informatie : https://www.groeipakket.be/
Hoofdstuk 5 Schoolagenda, huiswerk, rapporten en schoolloopbaan
Artikel 5 Schoolagenda
In de kleutergroep hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift. In het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders genoteerd. De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.
Artikel 6 Huiswerk
De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen.
Artikel 7 Rapporten
Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, de volgende schooldag, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.
Het eindrapport wordt door de leerling bewaard.
Artikel 8 Schoolloopbaan
Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:
Een leerling die een jaar te vroeg wil instappen in het lager onderwijs (5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt enkel ingeschreven na advies van het CLB en na toelating van de klassenraad. Geeft de klassenraad geen toelating, dan vervalt het beslissingsrecht van de ouders.
In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven of versnellen van de leerling.
Als de school beslist het leerproces van een leerling te onderbreken door deze leerling het aanbod van het afgelopen schooljaar gedurende het daaropvolgende schooljaar nogmaals te laten volgen, neemt ze deze beslissing op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad, en na overleg met het CLB.
De beslissing wordt aan de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school deelt mee welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn. In het leerlingendossier bewaart de school de adviezen van de klassenraad en het CLB en het bewijsstuk waaruit blijkt dat de ouders kennis hebben genomen en toelichting hebben gekregen bij het advies van de klassenraad en het CLB.
Hoofdstuk 6 Afwezigheden en te laat komen
Artikel 9 Afwezigheden
Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid noodzakelijk voor een vlotte schoolloopbaan.
§ 1 Kleuteronderwijs
Er is geen medisch attest nodig voor afwezigheden van kleuters.
Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht van minimaal 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden.
Voor zes- en zevenjarigen in het kleuteronderwijs of een vijfjarige die vervroegd instapt in het lager onderwijs, moeten de afwezigheden gewettigd worden volgens dezelfde regels als in het lager onderwijs.
§ 2 Lager onderwijs
1. Afwezigheid wegens zieke
De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. Indien tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.
Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
Het gaat om volgende gevallen:
Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.
4. Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking
In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen. De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.
5. Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een
dossier beschikt met volgende elementen: een gemotiveerde aanvraag van de ouders, een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie, een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap en een akkoord van de directie.
6. Afwezigheden omwille van revalidatie tijdens de lestijden
a. De afwezigheid omwille van revalidatie na ziekte of ongeval, en dit gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat minstens de volgende elementen bevat:
Uitzonderlijk kunnen de 150 minuten overschreden worden, mits gunstig advies van de arts van het CLB, in overleg met de klassenraad en de ouders.
b. De afwezigheid gedurende maximaal 150 minuten per week, verplaatsing inbegrepen van leerlingen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven.
Om een beslissing te kunnen nemen, moet de school beschikken over een dossier dat ten minste de volgende elementen bevat:
In uitzonderlijke omstandigheden en mits gunstig advies van het CLB in overleg met de klassenraad en de ouders, kan de maximumduur van 150 minuten voor leerplichtige kleuters uitgebreid worden tot 200 minuten, verplaatsing inbegrepen
Voor leerlingen die vallen onder de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 betreffende de integratie van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke handicap in het gewoon lager en secundair onderwijs kan de afwezigheid maximaal 250 minuten per week bedragen, verplaatsing inbegrepen.
7. Afwezigheden omwille van preventieve schorsing en tijdelijke en definitieve uitsluiting
Een afwezigheid omwille van een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting en waarbij de school gemotiveerd heeft dat opvang in de school niet haalbaar is, is een gewettigde afwezigheid.
§ 3 Problematische afwezigheden
Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder
§2 worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest, met name de ‘dixit’ attesten, geantidateerde attesten en attesten die een niet medische reden vermelden, worden als problematische afwezigheden beschouwd.
In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen. Vanaf meer dan vijf halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB. Het CLB voorziet begeleiding voor de betrokken leerling, in samenwerking met de school.
Artikel 10 Te laat komen
§ 1 Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.
Een leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep.
De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie / leerkracht. Ze maken hierover afspraken.
§ 2 Vroegtijdig verlaten van de school
In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school voor het einde van de schooldag verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.
Hoofdstuk 7 Schending van de leefregels, preventieve schorsing, tijdelijke en definitieve uitsluiting.
Artikel 11 Ordemaatregelen
§ 1
Ouders stimuleren hun kind om de leefregels van de school na te leven.
Indien een leerling door zijn gedrag de leefregels schendt of de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.
§ 2
Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:
Deze opsomming sluit niet uit dat een andere maatregel wordt genomen, aangepast aan het onbehoorlijk gedrag van de leerling.
Deze ordemaatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.
§ 3
Meer verregaande maatregelen kunnen zijn:
§ 4
Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgelegd door de directeur.
Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.
Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar, de zorgcoördinator en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.
Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.
§ 5
Tegen geen enkele van deze maatregelen is er beroep mogelijk.
Artikel 12 Tuchtmaatregelen: tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen
§ 1
Het onbehoorlijk gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.
§ 2
Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien de leerling:
§ 3 De tijdelijke en de definitieve uitsluiting
1. Tijdelijke uitsluiting
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs tijdelijk uitsluiten. Een tijdelijke uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling gedurende minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet mag volgen.
Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan enkel na een nieuw feit.
De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
2. Definitieve uitsluiting
De directeur kan, in uitzonderlijke gevallen, een leerling in het lager onderwijs definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk één maand, vakantieperioden tussen 1 september en 30 juni niet inbegrepen, na de schriftelijke kennisgeving.
In afwachting van een inschrijving in een andere school mag de gesanctioneerde leerling de lessen en activiteiten van zijn leerlingengroep niet volgen. De school voorziet opvang voor de leerling, tenzij de school aan de ouders motiveert waarom dit niet haalbaar is.
§ 4
Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling moet afzonderlijk worden behandeld.
§ 5
Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een school waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
Artikel 13 Tuchtprocedure
§ 1
De directeur kan beslissen tot een tijdelijke of definitieve uitsluiting.
§ 2
Hij volgt daarbij volgende procedure:
1. het voorafgaandelijke advies van de klassenraad
In geval van intentie tot een definitieve uitsluiting moet de klassenraad uitgebreid worden met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft.
2. aangetekend versturen intentie
De intentie tot een tuchtmaatregel wordt na bijeenkomst van de klassenraad aangetekend aan de ouders bezorgd, binnen de drie schooldagen. De school verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, na afspraak. De ouders hebben het recht om te worden gehoord, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon. Dit gesprek moet uiterlijk vijf schooldagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden
3. de tuchtstraf moet in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten
4. Schriftelijke motivatie
De genomen beslissing van de directeur wordt schriftelijk gemotiveerd en binnen de drie schooldagen aangetekend aan de ouders bezorgd. In dit aangetekend schrijven wordt de mogelijkheid vermeld tot het instellen van het beroep, alsook de bepalingen uit het schoolreglement die hier betrekking op hebben.
Artikel 14 Tuchtdossier
Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur. Het tuchtdossier omvat een opsomming van:
Artikel 15 Beroepsprocedure tegen definitieve uitsluiting
§ 1
Ouders kunnen een beslissing tot definitieve uitsluiting betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen. Dit beroep moet binnen de vijf schooldagen na kennisneming van de feiten aangetekend ingediend worden bij het schoolbestuur.
Het beroep wordt gedateerd en ondertekend, vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren en kan aangevuld worden met overtuigingsstukken.
§ 2 Beroepscommissie
Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur. Deze beroepscommissie bestaat uit een delegatie van externe leden en een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen.
De samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen.
De voorzitter wordt door het college van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid.
Interne leden zijn leden intern aan het schoolbestuur of intern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, met uitzondering van de directeur die de beslissing heeft genomen. Externe leden zijn personen die extern zijn aan het schoolbestuur en extern aan de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn en wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school waar de betwiste beslissing tot definitieve uitsluiting is genomen, geacht een extern lid te zijn.
Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, in inachtneming van volgende bepalingen:
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.
§ 3
Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
§ 4
Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd binnen de drie schooldagen na de beslissing van de beroepscommissie. Bij de kennisgeving van de beslissing moeten de beroepsmogelijkheden bij de Raad van State worden vermeld (termijn en modaliteiten).
Bij overschrijding van deze vervaltermijn is de omstreden definitieve uitsluiting van rechtswege nietig.
§ 5
Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op.
Hoofdstuk 8 Extra-murosactiviteiten
Artikel 16
Extra-murosactiviteiten zijn activiteiten van één of meerdere schooldagen die plaats vinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen.
De school streeft ernaar dat alle leerlingen deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, aangezien ze deel uitmaken van het leerprogramma.
De ouders worden tijdig geïnformeerd over de geplande extra-murosactiviteiten.
Ouders hebben echter het recht om hun kinderen niet mee te laten gaan op extra-murosactiviteiten van een volledige dag of meer. Ze moeten deze weigering schriftelijk kenbaar maken aan de school.
Als de leerling niet deelneemt dan moet de leerling toch op school aanwezig zijn. Voor deze leerlingen voorziet de school een aangepast programma.
Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder.
Hoofdstuk 9 Leerlingenbegeleiding
Artikel 17
Het schoolbestuur heeft een beleidsplan/beleidscontract afgesloten met een Centrum voor Leerlingenbegeleiding CLB). In de afsprakennota vindt u de contactgegevens terug.
Het CLB heeft de opdracht leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij. Hiervoor biedt het kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding aan.
Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling, verhoogt het welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt het bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context.
Het CLB werkt:
Artikel 18
Naar leerlingen en ouder(s) heeft het CLB twee opdrachten. Een deel is verplicht, een ander deel is op vraag.
Het CLB werkt ook samen met de school, maar is een onafhankelijke dienst met beroepsgeheim.
Het CLB werkt vooral voor individuele leerlingen met een hulpvraag en biedt antwoorden bij volgende problemen:
Een CLB-medewerker zal de hulpvraag beluisteren en analyseren om daarna samen met de school en de ouders na te gaan welke stappen gezet kunnen worden. Dit kan een gesprek zijn, een onderzoek, het afnemen van een vragenlijst, enz.
Het CLB zet de individuele leerlingenbegeleiding alleen verder als de betrokken bekwame leerling daarmee akkoord gaat of de ouders van de niet bekwame leerling daarmee akkoord gaan
Elke leerling die 5 halve dagen onwettig afwezig is, wordt door de school gemeld bij het CLB. In overleg wordt nagegaan welke acties kunnen worden opgezet om de leerling terug op school te krijgen.
-als het CLB noden vaststelt bij de leerling of een probleem of onregelmatigheid vaststelt in het beleid op leerlingenbegeleiding, dan brengt het CLB de school hiervan op de hoogte
-het CLB biedt ondersteuning aan de school bij problemen van individuele leerlingen of groepen van leerlingen
Preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van leerlingen te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces op te volgen en tijdig risicofactoren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.
Preventieve gezondheidszorg bestaat uit algemene en gerichte consulten en profylactische maatregelen.
De algemene gezondheid, vaccinaties, groei en ontwikkeling en sensoriële toestand worden nagekeken en adviezen geformuleerd aan de leerling en zijn ouders.
De algemene consulten gebeuren in het CLB.
Dit zijn onderzoeken waarin vooral groei, ontwikkeling, vaccinaties en opvolging van de gezondheid worden nagekeken. De onderzoeken worden bij voorkeur in de school uitgevoerd.
Overzicht van de medische consulten :
| leerjaar |
|
medisch onderzoek |
|
|
algemeen consult |
|
|
|
algemeen consult |
|
| 4de lager |
|
gericht consult |
|
|
vaccinatieaanbod |
|
| 6de lager |
|
algemeen consult |
Het CLB houdt toezicht op de vaccinaties van de leerlingen en biedt vaccinaties aan die in het vaccinatieschema zijn opgenomen. Ouders en leerlingen worden hierover geïnformeerd en geven hiervoor hun toestemming.
Tot slot heeft het CLB een opdracht in het nemen van maatregelen in het geval van besmettelijke ziekten.
De ouders, de huisarts of de directeur hebben de plicht om de CLB-arts te verwittigen bij besmettelijke infectieziekten.
Elk van de volgende besmettelijke ziekten bij uw zoon of dochter dient u te melden aan de school:
Bij elk van deze infectieziekten neemt de schooldirecteur contact met het CLB.
Het CLB treft de nodige profylactische maatregelen. De maatregelen zijn bindend voor leerlingen, ouders en school.
Bij vragen of bezorgdheden in verband met infectieziekten die niet in bovenstaande lijst vermeld worden, mag ook steeds contact opgenomen worden met het CLB.
Artikel 19 Het multidisciplinair dossier
Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidend CLB. Dit dossier omvat:
Als een leerling van school verandert, wordt dit dossier overgedragen aan het nieuwe begeleidende CLB. Er wordt hierbij een wachttijd van 10 dagen gerespecteerd. Tijdens deze periode kan je als ouder of als bekwame leerling verzet aantekenen tegen het doorgeven van de sociale en psychologische (niet-verplichte) gegevens.
Je kan geen verzet aantekenen tegen de overdracht van de volgende (verplichte) gegevens: identificatiegegevens, vaccinatiegegevens, gegevens over de verplichte begeleiding in het kader van leerplichtbegeleiding, algemene en gerichte consulten en de nazorg hiervan, en tot slot, (indien van toepassing) een kopie van het gemotiveerd verslag en (indien van toepassing) een verslag dat toegang geeft tot het buitengewoon onderwijs .
Het verzet moet schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend bij de directeur van het CLB.
Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact (en tot 15 jaar na het laatste contact voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs).
Hoofdstuk 10 Getuigschrift basisonderwijs
Artikel 20 Het getuigschrift toekennen
Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs uitreiken, op voordracht en na beslissing van de klassenraad.
De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de leerling bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.
De klassenraad houdt onder andere rekening met onderstaande criteria:
Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, of na een beroepsprocedure.
Artikel 21 Het getuigschrift niet toekennen
Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert hij zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.
Een leerling die het getuigschrift basisonderwijs niet behaalt, krijgt een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.
Naast deze verklaring heeft de leerling recht op een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet werd toegekend, alsook aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan.
Ouders die niet akkoord gaan met deze beslissing, kunnen uiterlijk binnen de drie werkdagen een overleg vragen met de directeur. De bedoeling van dit overleg is om alsnog tot een overeenkomst te komen zonder dat de formele beroepsprocedure opgestart moet worden. Dit overleg vindt plaats binnen de twee werkdagen na de aanvraag tot gesprek.
De school kan dit overleg niet weigeren en er moet een schriftelijk verslag van gemaakt worden. In dit verslag wordt meteen opgenomen of de directeur de klassenraad al dan niet opnieuw samenroept.
Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing (hetzij om de klassenraad niet bijeen te roepen, hetzij om het getuigschrift niet toe te kennen), dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.
Indien de klassenraad bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, wordt deze beslissing opnieuw gemotiveerd en door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders, uiterlijk binnen de drie werkdagen. Wanneer de ouders niet akkoord gaan met de beslissing dan wijst de school de ouders schriftelijk op de mogelijkheid tot beroep bij de beroepscommissie.
Artikel 22 Beroepsprocedure
§ 1
Ouders kunnen het niet-toekennen van een getuigschrift door de klassenraad betwisten en kunnen een beroepsprocedure instellen, na voorgaande stappen beschreven in ‘Het getuigschrift niet toekennen’.
Dit beroep moet door de ouders aangetekend en binnen de vijf werkdagen ingediend worden bij het schoolbestuur. Het beroep wordt gedateerd en ondertekend, vermeldt ten minste het voorwerp van beroep met omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren en kan aangevuld worden met overtuigingsstukken.
§ 2
Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie, opgericht door het schoolbestuur. Deze beroepscommissie bestaat uit een delegatie van externe leden en een delegatie van interne leden en wordt in functie van een concreet beroep samengesteld door het college van burgemeester en schepenen. De samenstelling van de beroepscommissie kan per te behandelen dossier verschillen, maar kan binnen het te behandelen dossier niet wijzigen. De voorzitter wordt door het college van burgemeester en schepenen onder de externe leden aangeduid.
Interne leden zijn leden van de klassenraad die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, waaronder alleszins de directeur, eventueel aangevuld met een lid van het schoolbestuur. Externe leden zijn personen die externe zijn aan het schoolbestuur en extern aan de school die besliste het getuigschrift niet uit te reiken.
In voorkomend geval en voor de toepassing van deze bepalingen wordt een persoon die vanuit zijn hoedanigheden zowel een intern lid als een extern lid is, geacht een intern lid te zijn en wordt een lid van de ouderraad of, met uitzondering van het personeel, de schoolraad van de school die besliste het getuigschrift basisonderwijs niet toe te kennen, geacht een extern lid te zijn.
Het schoolbestuur bepaalt de werking, met inbegrip van de stemprocedure, van een beroepscommissie, in inachtneming van volgende bepalingen:
De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep. De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.
§ 3
Het beroep door een beroepscommissie kan leiden tot:
Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor deze beslissing van de beroepscommissie.
§ 4
Het resultaat van het beroep wordt gemotiveerd en aangetekend aan de ouders bezorgd, uiterlijk op 15 september daaropvolgend, met vermelding van de verdere beroepsmogelijkheid bij de Raad van State (termijn en modaliteiten.
In de mate van het mogelijke wordt de beslissing vroeger dan de eerste schooldag van september genomen, zodat de leerling op 1 september het schooljaar kan beginnen.
§ 5
De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.
Dit kan geen personeelslid van de school zijn.
Artikel 23
Iedere leerling die bij het voltooien van het lager onderwijs geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, heeft recht op een schriftelijke motivering met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan en een verklaring met de vermelding van het aantal en gevolgde schooljaren lager onderwijs, afgeleverd door de directie.
Artikel 24
Het meegeven van het getuigschrift en rapport kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de ouders van hun financiële verplichtingen.
Hoofdstuk 11 Onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs
Artikel 25
§ 1
Het onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs zijn kosteloos.
§ 2
Alle leerlingen van het basisonderwijs (kleuter- en lager onderwijs) die wegens ziekte langdurig of korte opeenvolgende periodes niet op school aanwezig kunnen zijn, hebben onder bepaalde voorwaarden recht op 4 lestijden onderwijs aan huis per week ,synchroon internetonderwijs of een combinatie van beide.
§ 3
Voor tijdelijk onderwijs aan huis dienen volgende voorwaarden gelijktijdig te zijn vervuld:
§ 4
De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis, gebeurt door de ouders, bij brief of via een specifiek aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest.
Hierop attesteert de arts dat de leerling niet of minder dan halftijds naar school kan gaan (bij langdurige afwezigheid wegens ziekte of ongeval) of attesteert de arts-specialist dat de leerling lijdt aan een chronische ziekte, maar wel onderwijs mag krijgen.
De aanvraag van de ouders en de medische vaststelling van de chronische ziekte door de arts- specialist moet niet bij elke afwezigheid of bij elke periode van 9 halve dagen afwezigheid opnieuw gebeuren, maar blijft geldig gedurende de volledige periode van de inschrijving van de leerling op de school.
§ 5
De school zal de ouders individueel op de hoogte brengen van het bestaan en de mogelijkheden van het TOAH, van zodra duidelijk is dat de leerling in aanmerking zal komen voor het TOAH.
Kleuters, jonger dan 5 jaar, zijn nog niet leerplichtig, dit neemt niet weg dat ook de ouders van deze doelgroep geïnformeerd worden over TOAH.
Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis, verstrekken.
Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis voor vier lestijden mogelijk telkens het kind negen halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was.
§ 6
Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur.
Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest voorgelegd worden en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders.
§ 7
Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de hierboven beschreven procedure.
§ 8
De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.
§ 9
De centrale organisator voor synchroon internetonderwijs is vzw Bednet. Bednet bepaalt autonoom welke leerlingen in aanmerking komen voor synchroon internetonderwijs op basis van een aantal criteria, waaronder de ondersteuningsbehoefte van de leerling en het positief engagement van de leerling, de ouders, de school en het CLB.
§10
Bij een langdurige afwezigheid wordt een minimale afwezigheid van 4 weken vooropgesteld vooraleer de leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
§11
Bij een frequente afwezigheid wordt een minimale geplande afwezigheid van 36 halve dagen op jaarbasis vooropgesteld vooraleer een leerling recht heeft op synchroon internetonderwijs.
§12
Synchroon internetonderwijs kan door alle betrokkenen bij de begeleiding van de leerling aangevraagd worden via de webstek van vzw Bednet:
Hoofdstuk 12 Schoolraad, ouderraad en leerlingenraad
Artikel 26 Schoolraad
De schoolraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de ouders, het personeel en de lokale gemeenschap.
Artikel 27 Ouderraad
Er wordt een ouderraad opgericht wanneer tenminste tien procent van de ouders erom vraagt. Het moet gaan over ten minste drie ouders.
De leden van de ouderraad worden verkozen door en uit de ouders. Iedere ouder kan zich verkiesbaar stellen en kan één stem uitbrengen. De stemming is geheim.
Artikel 28 Leerlingenraad
De school richt een leerlingenraad op als ten minste tien procent van de leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar er om vraagt.
Hoofdstuk 13 Leerlingengegevens, privacy en gegevensbescherming
Artikel 29 Gegevensbescherming en informatieveiligheid
De school verwerkt persoonsgegevens van leerlingen en ouders in het kader van haar opdracht. Het schoolbestuur is de eindverantwoordelijke voor deze verwerking en de veiligheid ervan.
Het schoolbestuur en de school leven de verplichtingen na die voortvloeien uit de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming en gaan zorgvuldig om met deze persoonsgegevens. Het schoolbestuur zorgt voor een afdoend niveau van gegevensbescherming en informatieveiligheid. Het beschikt hiervoor over een informatieveiligheidsconsulent. De school heeft een aanspreekpunt dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van het schoolbestuur (wat onderwijs betreft).
De school zal enkel gegevens verwerken met de toestemming van de ouders, tenzij er een andere wettelijke grondslag is voor de verwerking. Deze toestemming moet vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig zijn.
Over het gebruik van social media in de klas worden afspraken gemaakt.
De school is transparant over de verwerking van persoonsgegevens en verstrekt de nodige informatie, al dan niet in detail, met inbegrip van de afspraken die gemaakt zijn met derden en bewerkers die persoonsgegevens ontvangen.
Verder hanteert de school een strikt beleid inzake toegangsrechten en paswoorden en reageert ze adequaat op datalekken.
De meer concrete regels voor de gegevensverwerking en -bescherming worden vastgelegd in een privacyverklaring die tot doel heeft:
De meest recente versie van deze privacyverklaring is te raadplegen via de website van de school.
Personeelsleden van de school waar de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag ingeschreven is of de lessen volgt, hebben recht op inzage van het verslag of het gemotiveerde verslag uit het multidisciplinaire dossier van de leerling.
Dat recht op inzage geldt ook voor de personeelsleden van de school voor buitengewoon onderwijs die in het kader van het ondersteuningsmodel instaan voor de begeleiding van de leerling met een verslag of een gemotiveerd verslag.
Bij elke inzage wordt de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens toegepast.
Artikel 30 Meedelen van leerlingengegevens aan ouders
Ouders hebben recht op inzage en recht op toelichting bij de gegevens die op de leerling betrekking hebben, waaronder de evaluatiegegevens, die worden verzameld door de school. Indien na de toelichting blijkt dat de ouders een kopie willen van de leerlingengegevens, hebben ze kopierecht.
Iedere kopie dient persoonlijk en vertrouwelijk behandeld te worden, mag niet verspreid worden noch publiek worden gemaakt en mag enkel gebruikt worden in functie van de onderwijsloopbaan van de leerling.
Ouders kunnen zich daarnaast beroepen op de wetgeving op openbaarheid van bestuur die voorziet in een recht op inzage, toelichting en/of kopie. Hiertoe richten ze een vraag tot aan het college van burgemeester en schepenen dat bekijkt of toegang kan worden verleend.
Als een volledige inzage in de leerlingengegevens een inbreuk is op de privacy van een derde, dan wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
Artikel 31 Meedelen van leerlingengegevens aan derden
De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling. of in het kader van een overeenkomst die de school afsluit met een verwerker voor leerplatformen, leerlingenvolgsystemen, leerlingenadministratie e.d.m.
Gemeenteraadsleden hebben het recht op inzage in alle dossiers, stukken en akten die het bestuur van het gemeentelijk onderwijs betreffen overeenkomstig artikel 29 van het decreet over het lokaal bestuur. Dit betekent dat gemeenteraadsleden inzage hebben in alle dossiers, stukken en akten die nodig zijn om het bestuur van het gemeentelijk onderwijs te controleren en die van gemeentelijk/gemengd belang zijn (individuele leerlingendossiers vallen hier niet onder). Bij de uitoefening van het inzagerecht, kunnen er persoonsgegevens verwerkt worden, in voorkomend geval moet er rekening worden gehouden met de algemene verordening gegevensbescherming.
Ook in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening kunnen er leerlingengegevens worden meegedeeld.
Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen naar de nieuwe school op voorwaarde dat:
Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.
Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.
Artikel 32 Afbeeldingen van personen
De school kan geluids- en beeldmateriaal van leerlingen maken en publiceren.
Voor het maken en publiceren van niet-gericht geluids- en beeldmateriaal in schoolgerelateerde publicaties zoals de website van de school of gemeente, publicaties die door de school of gemeente worden uitgegeven, wordt de toestemming van de leerlingen/ouders vermoed. Onder niet-gericht geluids- en beeldmateriaal verstaan we geluids- en beeldmateriaal dat een eerder spontane, niet geposeerde sfeeropname weergeeft zonder daarvoor specifiek één of enkele personen eruit te lichten. Het gaat bijvoorbeeld om een groepsfoto tijdens een activiteit van de school. De betrokken leerlingen/ouders kunnen schriftelijk hun toestemming weigeren.
Voor het maken en publiceren van gericht geluids- en beeldmateriaal zal voorafgaandelijk de toestemming van de leerling/ouders worden gevraagd. Hierbij worden het soort geluids- of beeldmateriaal, de verspreidingsvorm en het doel gespecificeerd.
Hoofdstuk 14 ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school, gebruik van smartphone, eigen tablet/laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale media.
Artikel 33 ICT-materiaal ter beschikking gesteld door de school
De school stelt een laptop/Chromebook/computer (hierna ICT- materiaal) ter beschikking van de leerling. Deze blijft eigendom van de school.
De leerling gaat met het ICT-materiaal zorgvuldig (als een goede huisvader) om en is verantwoordelijk voor het correcte gebruik en beheer ervan.
De leerling kan aansprakelijk worden gesteld voor schade aan de apparatuur ontstaan door verwijtbare nalatigheid of onachtzaamheid.
Bij vervanging van het toestel door diefstal of verlies worden de kosten doorgerekend aan de leerling wanneer er sprake is van bedrog, een zware fout of nalatigheid.
Het ICT-materiaal is strikt persoonlijk en de leerling zal deze niet aan derden ter beschikking stellen, verpanden noch op enige andere wijze vervreemden.
Het ICT-materiaal wordt uitsluitend gebruikt voor de uitoefening van werkzaamheden en het volgen van lessen. Het is de leerling verboden dit te gebruiken voor activiteiten die in strijd zijn met de doelstellingen van de school.
De leerling gebruikt het ICT-materiaal op een wettelijke manier met respect voor het auteursrecht en de privacy.
Het is aan de leerling verboden zelf software in de apparatuur in te brengen.
Bij beëindiging van het schoolverband wordt het ICT-materiaal in goede staat aan de school teruggegeven. Zo niet verbindt de leerling zich er toe de vervangingswaarde ervan aan de school te betalen.
Artikel 34 Gebruik van smartphone, eigen tablet/laptop, trackers of andere gelijkaardige toestellen, internet en sociale media.
Alleen buiten de schoolgebouwen mogen persoonlijke smartphone, tablet, laptop, trackers of enige andere gelijkaardige toestellen gebruikt worden. Als ouders of leerlingen elkaar dringend nodig hebben tijdens de schooldag, kunnen ze terecht op het secretariaat van de school.
Elke leerling zorgt ervoor dat de privacy-instellingen van zijn toestel zo afgesteld zijn dat ze de privacy van anderen niet kunnen schenden.
Het is niet toegestaan om beeld- of geluidsopnamen te maken op het domein van de school zonder toestemming van de school. Overeenkomstig de privacywetgeving mogen er geen beeld- of geluidsopnamen van medeleerlingen, personeelsleden of andere personen gemaakt worden of verspreid zonder hun uitdrukkelijke toestemming.
Onder sociale media worden websites zoals Facebook, Instagram, Twitter, enz. verstaan. Er worden geen films, geluidsfragmenten, foto’s enz. op sociale websites geplaatst die betrekking hebben op de school zonder dat daar uitdrukkelijk toestemming voor wordt gegeven door de school. Dit geldt voor de leerlingen, ouders en grootouders en alle personen die onder hetzelfde dak wonen als de leerling.
Bij communicatie via sociale media worden de normale fatsoennormen in acht genomen. Cyberpesten is verboden.
Het downloaden, installeren en verdelen van illegale software op school is verboden. Het internet van de school mag alleen gebruikt worden voor schoolse aangelegenheden.
Hoofdstuk 15 Absoluut en permanent algemeen rookverbod
Artikel 35
Er is een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten (onder andere de shisha pen, de e-sigaret of heatsticks,…)
Dit verbod geldt binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten.
Er is eveneens een absoluut en permanent verbod op het roken van tabak of van soortgelijke producten tijdens extramuros-activiteiten.
Bij overtreding van deze bepaling
- zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement
- zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten.
Hoofdstuk 16 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken
Artikel 36
Ouders kiezen bij de inschrijving van hun kind in de lagere school dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten of dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen. De ouders zorgen zelf voor opdrachten. Een vrijstelling betekent nooit dat een leerling minder tijd op school doorbrengt dan de normale aanwezigheid van alle leerlingen.
De klassenraad zal nagaan of de vrijgekomen lestijden zinvol aan de eigen levensbeschouwing zijn besteed. Als dit niet zo is, dan kan de klassenraad de leerling en de betrokken personen hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen zodat een bijsturing mogelijk is.
De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen bezorgd aan de school, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf de eerste schooldag van september.
De ouders kunnen hun keuze wijzigen. Wie van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken vraagt in de school een nieuw keuzeformulier aan en bezorgt het voor 30 juni van het lopende schooljaar aan de directeur. De nieuwe keuze geldt vanaf de eerste schooldag van het schooljaar.
Voor leerplichtige kleuters is er geen verplichting, maar wel een recht op levensbeschouwelijk onderricht. Het officieel kleuteronderwijs zelf biedt geen levensbeschouwelijk onderricht aan.
Ouders die dit voor hun leerplichtige kleuter wensen, kiezen zelf een officiële school voor lager onderwijs waar de levensbeschouwing van keuze aangeboden wordt. Uiterlijk op 8 september moeten de ouders de lagere school naar keuze te contacteren. Als het gaat om een andere school dan de school waar het kind kleuteronderwijs volgt, informeren de ouders de eigen kleuterschool eveneens tegen 8 september. De kleuter zal dan voor het levensbeschouwelijk onderricht de eigen kleuterklas verlaten en aansluiten bij kinderen van de lagere school die dezelfde levensbeschouwing volgen.
Hoofdstuk 17 Schoolverandering
Artikel 37
De verantwoordelijkheid voor het veranderen van school in de loop van een schooljaar ligt bij de ouders.
De nieuwe inschrijving geldt vanaf de dag waarop de directie van de nieuwe school de schoolverandering schriftelijk heeft meegedeeld aan de directie van de oorspronkelijke school.
Bij verandering van school door een leerling worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende gezamenlijke voorwaarden:
Een kopie van een verslag of een gemotiveerd verslag van een CLB moet verplicht overgedragen worden van de oude school naar de nieuwe school. Ouders kunnen zich tegen deze overdrachten niet verzetten.
Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door de leerling mogen nooit aan de nieuwe school doorgegeven worden.
Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid van het lopende schooljaar mee aan de nieuwe school.
Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmiddellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschikken.
Hoofdstuk 18 Taalscreening – taaltraject - taalbad
Artikel 38
De school voert voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht (5 jaar) een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen een actief taalintegratietraject Nederlands volgen.
De screening is niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers.
Op basis van de resultaten van de taalscreening voorziet de school een taaltraject voor de leerlingen die het nodig hebben en voor anderstalige nieuwkomers. Dit taaltraject sluit aan bij de noden van de leerling wat het Nederlands betreft.
Als de leerling het Nederlands onvoldoende kent om de lessen te kunnen volgen, kan de school een taalbad organiseren. Het doel van het volgen van een taalbad is dat de leerling voltijds en intensief de Nederlandse taal leert om zo snel mogelijk te kunnen deelnemen aan de reguliere onderwijsactiviteiten.
Hoofdstuk 19 Toedienen van medicatie
Artikel 39
§ 1
De school (alle personeelsleden, middagtoezichters,… op school die verantwoordelijk zijn voor de kinderen) dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.
§ 2
De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen. De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:
De ouders doen dit schriftelijk met vermelding van de naam van het kind, de datum, de naam van het geneesmiddel, de dosering, de wijze van bewaren, de wijze van toediening, de frequentie en de duur van behandeling.
In overleg met de CLB arts kan het personeelslid van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.
Hoofdstuk 20 Grensoverschrijdend gedrag
Artikel 40
Leerlingen onthouden zich van iedere daad van geweld, pesten en grensoverschrijdend seksueel gedrag. Bij vermoeden van inbreuk neemt de school gepaste maatregelen om de fysieke integriteit van de leerlingen te beschermen.
Hoofdstuk 21 Slotbepaling
Artikel 41
Meer specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in het infoboekje of de afsprakennota van de school.
Deze regels en afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.
Er zijn geen mondelinge noch schriftelijke vragen.
Namens Gemeenteraad,
Ann Naert
Algemeen Directeur
Kris Degroote
Voorzitter van de gemeenteraad